التين   سورة  : At-Tin


سورة Sura   التين   At-Tin
التين At-Tin
بِّسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَٰنِ الرَّحِيمِ وَالتِّينِ وَالزَّيْتُونِ (1) وَطُورِ سِينِينَ (2) وَهَٰذَا الْبَلَدِ الْأَمِينِ (3) لَقَدْ خَلَقْنَا الْإِنسَانَ فِي أَحْسَنِ تَقْوِيمٍ (4) ثُمَّ رَدَدْنَاهُ أَسْفَلَ سَافِلِينَ (5) إِلَّا الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ فَلَهُمْ أَجْرٌ غَيْرُ مَمْنُونٍ (6) فَمَا يُكَذِّبُكَ بَعْدُ بِالدِّينِ (7) أَلَيْسَ اللَّهُ بِأَحْكَمِ الْحَاكِمِينَ (8)
العلق Al-Alaq
اقْرَأْ بِاسْمِ رَبِّكَ الَّذِي خَلَقَ (1) خَلَقَ الْإِنسَانَ مِنْ عَلَقٍ (2) اقْرَأْ وَرَبُّكَ الْأَكْرَمُ (3) الَّذِي عَلَّمَ بِالْقَلَمِ (4) عَلَّمَ الْإِنسَانَ مَا لَمْ يَعْلَمْ (5) كَلَّا إِنَّ الْإِنسَانَ لَيَطْغَىٰ (6) أَن رَّآهُ اسْتَغْنَىٰ (7) إِنَّ إِلَىٰ رَبِّكَ الرُّجْعَىٰ (8) أَرَأَيْتَ الَّذِي يَنْهَىٰ (9) عَبْدًا إِذَا صَلَّىٰ (10) أَرَأَيْتَ إِن كَانَ عَلَى الْهُدَىٰ (11) أَوْ أَمَرَ بِالتَّقْوَىٰ (12) أَرَأَيْتَ إِن كَذَّبَ وَتَوَلَّىٰ (13) أَلَمْ يَعْلَم بِأَنَّ اللَّهَ يَرَىٰ (14) كَلَّا لَئِن لَّمْ يَنتَهِ لَنَسْفَعًا بِالنَّاصِيَةِ (15) نَاصِيَةٍ كَاذِبَةٍ خَاطِئَةٍ (16) فَلْيَدْعُ نَادِيَهُ (17) سَنَدْعُ الزَّبَانِيَةَ (18) كَلَّا لَا تُطِعْهُ وَاسْجُدْ وَاقْتَرِب ۩ (19)
الصفحة Page 597
التين At-Tin
(1) Bij de vijg en de olijf.
(2) Bij de berg Sinaï.
(3) Bij deze veilige stad (Mekkah).
(4) Voorzeker, Wij hebben de mens in de beste vorm geschapen.
(5) Daarna doen Wij hem terugkeren tot het laagste van het laagste.
(6) Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten. Voor hen is er een ononderbroken beloning.
(7) Wat doet jullie dan het oordeel nog loochenen?
(8) Is Allah niet de Rechtvaardigste der Rechters?
العلق Al-Alaq
(1) Lees voor! In de naam van jouw Heer, Die heeft geschapen.
(2) Hij heeft de mens geschapen van een bloedklomp.
(3) Lees voor! En jouw Heer is de Meest Edele.
(4) Degene Die onderwezen heeft met de pen.
(5) Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist.
(6) Nee, voorwaar, de mens is zeker in overtreding.
(7) Omdat hij zichzelf als behoefteloos beschouwt.
(8) Voorwaar, tot jouw Heer is de terugkeer.
(9) Wat denk jij van hem die verbiedt?
(10) Een dienaar wanneer hij de shalât verricht.
(11) Wat denk je, als hij (Mohammed) de leiding volgt?
(12) Of hij tot Taqwa oproept?
(13) Wat denk jij, als hij (Abôe Djahl) loochent en zich afwendt?
(14) Weet hij dan niet dat Allah (hem) ziet?
(15) Nee, als hij niet ophoudt, dan zullen Wij hem bij zijn voorhoofdslok grijpen.
(16) Een leugenachtige, zondige voorhoofdslok.
(17) Laat hem dan zijn bondgenoten roepen.
(18) Wij zullen de Zabâniyah roepen.
(19) Nee, gehoorzaam hem niet, en kniel je neer en zoek toenadering (tot Allah).
 


اتصل بنا | الملكية الفكرية DCMA | سياسة الخصوصية | Privacy Policy | قيوم المستخدم

آيــــات - القرآن الكريم


© 2022